Home > News > Uniform Europees Aanbestedingsdocument meteen bruikbaar !
Print pageprint Stay Informedprint

NEWS

Uniform Europees Aanbestedingsdocument meteen bruikbaar !

calendar_new
22/04/2016
Related Lawyer(s)

 

Samenvatting

 

De Europese Richtlijnen inzake overheidsopdrachten uit 2014 beogen onder meer een administratieve vereenvoudiging van de gunningsprocedures. Een van de middelen daartoe is het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) waarin inschrijvers kunnen verklaren dat ze voldoen aan de criteria inzake uitsluiting, selectie en beperking van het aantal kandidaten, zonder hiervoor meteen stavingstukken te moeten voorleggen. Dit laatste moet immers enkel gebeuren door de inschrijver die in aanmerking komen voor gunning.

 

Intussen heeft de Europese Commissie een bruikbaar model klaar, dat sedert 18 april 2015 in voege is. De Federale Commissie voor de Overheidsopdrachten anticipeert hierop door een aanbeveling te publiceren waarin aanbestedende diensten wordt opgeroepen om UEA’s intussen te aanvaarden, ook al zijn de richtlijnen formeel nog niet omgezet in Belgisch recht.

 

 


1. Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA)

 

Richtlijnen 2014/24 en 2014/25 beogen een sterke administratieve vereenvoudiging van de plaatsing van overheidsopdrachten. Het UEA kan daartoe een belangrijk instrument zijn. Het UEA is een document dat de inschrijver bij zijn offerte voegt en waarin hij verklaart (i) zich niet in een uitsluitingssituatie te bevinden, (ii) te voldoen aan de selectiecriteria en (iii) indien van toepassing, te voldoen aan de regels en criteria voor de beperking van het aantal kandidaten. Bedoeling is dat de aanbestedende dienst certificaten en dies meer slechts opvraagt bij de inschrijver die voor gunning in aanmerking komt.

 

Een Europees standaardformulier werd intussen uitgewerkt door de Europese Commissie (bijlage 2 bij Uitvoeringsverordening 2016/7 van 5 januari 2016). Het resultaat is een gestructureerd formulier met diverse onderdelen.

 

2. Wetsontwerp 1541

 

De uitgewerkte regels met betrekking tot het UEA worden opgenomen in het hangende wetsontwerp 1541 van 4 januari 2016, dat beoogt de richtlijnen om te zetten in Belgisch recht. Zodra de wet een feit is, zal een UEA allicht vereist zijn voor de opdrachten gelijk aan of hoger dan de Europese drempelwaarden, tenzij indien (in bepaalde gevallen) de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging wordt aangewend.

 

Het UEA moet elektronisch worden ingediend. Verder is een inschrijver niet verplicht in te gaan op een vraag tot overlegging van stukken, als de aanbestedende dienst die zelf kan opvragen via een gratis toegankelijke databank (in België: Telemarc).

 

België voorzag een soortgelijke regeling evenwel al in § 1 van artikel 60 KB Plaatsing van 15 juli 2011. Een en ander bevestigt in elk geval wel de verdere digitalisering – en langs die weg de administratieve vereenvoudiging – van het gunningsproces.

 

Verder zal een inschrijver de opgevraagde stukken ook niet moeten overmaken indien de aanbestedende dienst deze reeds in zijn bezit had. In het UEA moet dan wel de procedure worden geïdentificeerd waarin die stukken vroeger zijn meegedeeld. Ook op dit punt was een soortgelijke regeling al opgenomen in § 2 van artikel 60 voormeld KB Plaatsing, met daarin evenwel een algemene afwijkingsmogelijkheid voor de aanbestedende dienst, wat wetsontwerp 1541 dan weer niét overneemt.

 

De eigenlijke opvraging van stukken gebeurt dus in beginsel enkel indien een inschrijver voor gunning in aanmerking komt. Toch bestaat de mogelijkheid om stukken “te allen tijde” op te vragen indien dit “noodzakelijk” is voor het goede verloop van de procedure. Dat kan nuttig zijn om in procedures in twee fasen te voorkomen dat de aanbestedende dienst kandidaten uitnodigt die later niet in staat blijken de nodige stukken voor te leggen bij gunning.

 

 

3. Aanbeveling Federale Commissie voor de Overheidsopdrachten

 

De uiterste termijn voor omzetting van de Richtlijnen – 18 april 2016 – is intussen verstreken en een Belgische wet overheidsopdrachten is nog steeds niet gestemd. De vraag kan dan ook rijzen of de desbetreffende Richtlijnen thans directe werking hebben. Dit is in beginsel het geval voor de duidelijke en onvoorwaardelijke plichten die particulieren subjectieve rechten toekennen. Een beoordeling per bepaling is echter aangewezen. De meeste richtlijnbepalingen met betrekking tot de UEA lijken op het eerste gezicht directe werking te kunnen hebben.

 

Intussen poogt de Federale Commissie voor de Overheidsopdrachten al enigszins het pad te effenen voor een gebruik van het UEA. In haar zitting van 21 maart 2016 heeft ze hierover een aanbeveling aangenomen waarin ze aanbestedende diensten (in de zin van artikel 2, 1°, van de Wet Overheidsopdrachten van 15 juni 2006) oproept om het UEA nu reeds te aanvaarden, ook zonder vernieuwde regelgeving op nationaal niveau. Deze aanbeveling is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 21 april 2016.

 

De Commissie benadrukt hierbij trouwens uitdrukkelijk dat § 1 van artikel 60 KB Plaatsing – de plicht voor een aanbestedende dienst om zelf opzoekingen te doen (supra) –van toepassing blijft.