Home > News > Grondwettelijk Hof vernietigt terugwerkende kracht vervalregeling Handelsvestigingsdecreet

NEWS

Grondwettelijk Hof vernietigt terugwerkende kracht vervalregeling Handelsvestigingsdecreet

calendar_new
03/05/2018
Related Lawyer(s)

Het Grondwettelijk Hof heeft in een arrest van 26 april 2018 de terugwerkende kracht van de vervalregeling in het Handelsvestigingsdecreet vernietigd.  Dat decreet bevat een specifieke vervalregeling. In overeenstemming met artikel 52 van het nieuwe Handelsvestigingsdecreet worden de vervaltermijnen die op grond artikel 13 van de wet van 13 augustus 2004 betreffende de vergunning van handelsvestigingen verbonden zijn aan bestaande socio-economische vergunningen (of ‘handelsvestigingsvergunningen’) geschorst zolang er een beroep hangende is tegen de socio-economische vergunning en zolang de noodzakelijke stedenbouwkundige vergunning en/of milieuvergunning niet definitief werd verleend. Artikel 59, 4° van dit decreet liet die vervalregeling terugwerken tot 1 juli 2014, waardoor sommige socio-economische vergunningen, die op grond van de oude wetten op de handelsvestigingen als vervallen konden worden beschouwd, opnieuw zijn komen te “herleven”. Eén van die vergunningen die op die manier “herleefde” betrof de socio-economische vergunning die aan Uplace was toegekend, waardoor de oppositie het decreet al gauw afdeed als een regeling die op maat van Uplace was geschreven.

Op verzoek van de stad Vilvoorde en een onderneming heeft het Grondwettelijk Hof in het arrest van vorige week donderdag de bepaling vernietigd die aan de vervalregeling in het handelsvestigingsdecreet terugwerkende kracht verleent. Volgens het Hof doet die terugwerkende kracht afbreuk aan het gewettigd vertrouwen van de personen die ingevolge het verval van de handelsvestigingsvergunning van een andere persoon, een handelsvestigingsvergunning hebben verkregen voor hetzelfde ruimtelijk gebied en reeds investeringen hebben gedaan om hun project te realiseren. Het argument van de Vlaamse Regering dat het Vlaamse Gewest sedert 1 juli 2014 bevoegd is om de handelsvestigingen te regelen, biedt geen verantwoording om de nieuwe regeling tot die datum te laten terugwerken. Zolang de decreetgever van zijn bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt, is immers de voorheen geldende federale wetgeving van toepassing gebleven.

Het gevolg van deze uitspraak is dat enkel personen die op 29 juli 2016, zijnde de algemene datum van inwerkingtreding van het handelsvestigingsdecreet, over een niet-vervallen socio-economische vergunning beschikten, gebruik kunnen maken van de aangepaste vervalregeling.